Jaarloon en berekeningsperiode eenmalige uitkeringen CAO MITT 2014-2016

Voor de berekening van de eenmalige uitkeringen per 30-6-2015, 1-1-2016 en 31-3-2016 is het nodig om te weten wat het jaarloon is op grond van de CAO MITT 2014-2016. Het begrip jaarloon geldt dus voor alle eenmalige uitkeringen uit de CAO MITT 2014-2016.

Het jaarloon wordt in artikel 2, onder 7, van de CAO MITT 2014-2016 als volgt gedefinieerd:
Uurloon, respectievelijk jaarloon:
Het loon per uur in de onderscheiden leeftijdsschalen en functiejarenschalen zoals genoemd in Bijlage III, dan wel het overeengekomen loon per uur, respectievelijk het hiervoor genoemde uurloon, betaald over de overeengekomen arbeidsduur gedurende een jaar.

Dit impliceert dat geen rekening wordt gehouden met vakantietoeslag en/of ploegentoeslag en/of persoonlijke toeslag en/of overwerktoeslag.
Verder wordt m.b.t. de periode waarover de eenmalige uitkeringen moeten worden berekend nog het volgende in artikel 22, lid 2, van de CAO MITT 2014-2016 opgenomen:

Werknemers die op 30 juni 2015, respectievelijk op 1 januari 2016, respectievelijk op 31 maart 2016 in dienst zijn van textiel- en tapijtbedrijven ontvangen een eenmalige uitkering per 30 juni 2015 van 1,4% van het jaarloon over juli 2014 t/m juni 2015, respectievelijk per 1 januari 2016 van 1% van het jaarloon over 2015, respectievelijk per 31 maart 2016 van 0,7% van het jaarloon over april 2015 t/m maart 2016. Deze eenmalige uitkeringen gelden pro rata voor werknemers die een gedeelte van het genoemde jaar in dienst zijn geweest.